Vrouwelijke genitale verminking

Vrouwelijke genitale verminking of VGV (in het Engels Female Genital Mutilation) is een schadelijke traditie die een vorm is van gendergerelateerd geweld op vrouwen en die omwille van haar traditionele karakter verankerd is in sociale, economische en politieke structuren van de praktiserende gemeenschappen. Het internationaal recht beschouwt VGV als een onmenselijke en vernederende behandeling die gelijk staat aan foltering. VGV is een schending van de fundamentele mensenrechten van het slachtoffer. Het is een schending van de vrouw of meisjes haar recht op leven, om niet gefolterd te worden, op gelijkheid en non-discriminatie, op vrijheid en veiligheid en op een maximale (fysieke en mentale) gezondheidsstandaard.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) definieert VGV als “alle ingrepen aan de uitwendige genitaliën van vrouwen, waarbij die geheel of gedeeltelijk worden verwijderd of gewijzigde omwille van culturele of andere niet-medische redenen” (WHO, 2010). Het gaat met andere woorden om het opzettelijk verminken van de vrouwelijke geslachtsorganen.

De betrokken gemeenschappen voeren VGV uit omwille van verschillende redenen. Deze kunnen worden samengevat als het controleren van de seksualiteit van vrouwen, het onderhouden van culturele tradities, sociale cohesie, hygiëne, esthetiek, het bevorderen van vruchtbaarheid en religieuze voorschriften. De sociale druk om VGV uit te voeren kan niet worden onderschat. Een onbesneden meisje of vrouw wordt haar gemeenschap als onrein beschouwd en bijgevolg gemarginaliseerd.

Naar schatting hebben wereldwijd 100 à 140 miljoen meisjes en vrouwen VGV ondergaan. Elk jaar lopen er minstens 3 miljoen meisjes het risico om te worden besneden. De meeste slachtoffers van VGV, meer dan 90 miljoen, zijn terug te vinden in Afrika. Maar ook in Latijns-Amerika, het Midden-Oosten en Azië is de traditie eigen aan verschillende gemeenschappen. Als een gevolg van een toenemende migratie van vrouwen uit landen waar VGV nog steeds een gangbaar gebruik is, komt VGV steeds vaker voor in België. Uit onderzoek uit 2014 blijkt dat er in België bijna 50.000 vrouwen en meisjes wonen die afkomstig zijn uit landen waar VGV voorkomt. Van deze vrouwen zijn er naar schatting meer dan 13.000 reeds besneden en lopen er jaarlijks meer dan 4.000 het risico om alsnog het slachtoffer te worden van VGV. Naar schatting zouden er in België 2.500 meisjes zijn jonger dan 5 jaar die het risico lopen om te worden besneden (Dubourg & Richard, 2012).

Standpunt V&M

Vrouw & Maatschappij – CD&V politica voert al jaren lang mee strijd tegen de onmenselijke en mensonterende praktijk van VGV. Wij onderschrijven de veroordeling van VGV als een vorm van foltering, kindermishandeling en een schending van de fundamentele rechten van de vrouwen en meisjes die deze verminking moeten ondergaan. V&M zal zich blijven inzetten om deze schadelijke en vrouwonterende traditie een halt toe te roepen. Wij laten deze vrouwen en vooral al die meisjes die risico lopen, zowel in België als daarbuiten, niet aan dit gruwelijk en mensonterend lot over.

Om een einde te maken aan VGV wil V&M dat er wordt ingezet op de volgende domeinen:
- De strijd tegen VGV in het buitenlands beleid en de ontwikkelingssamenwerking van België;
- Preventie;
- Bescherming van slachtoffers en mogelijke slachtoffers die in België verblijven;
- Efficiënt vervolgingsbeleid.