Abortus

Vrouw & Maatschappij – CD&V politica streeft naar een moderne en aan de huidige samenleving aangepaste wetgeving rond zwangerschapsafbreking, met voldoende ruimte voor preventie, hulp- en zorgverlening. Om hieraan te voldoen is er volgens V&M nood aan de volgende drie zaken: een evaluatie van de huidige wetgeving, meer preventie en zorgverlening voor vrouwen die een zwangerschapsafbreking laten uitvoeren en het niet langer inschrijven van abortus in het strafrecht, maar in een afzonderlijke wet.

Vanuit Vrouw & Maatschappij vragen wij om een evaluatie van de huidige abortuswetgeving. De wetgeving met betrekking tot zwangerschapsafbreking dateert van 3 april 1990 en is inmiddels dus al 28 jaar van kracht. Gezien er tot op vandaag nog geen evaluatie van deze wetgeving is gebeurd, vindt V&M het hiervoor dan ook de hoogste tijd. Ook de Wet van 13 augustus 1990 houdende de oprichting van de Nationale evaluatiecommissie zwangerschapsafbreking is toe aan een grondige evaluatie.

Ten tweede moet er meer ingezet worden op een beter voorlichtings- en preventiebeleid. Daarbij moeten verschillende actoren bij worden betrokken zoals scholen, medische centra, verschillende soorten zorgverleners, jeugdwerkers etc. We zien dat Vlaanderen en België reeds hoog scoren op vlak van voorlichting en preventie. Toch stellen we vast dat er nog ruimte is voor verbetering, bijvoorbeeld wat betreft het anticonceptiva-beleid. Daarom vraagt V&M een  uitgebreidere tegemoetkoming voor alle anticonceptiemiddelen. Bovendien is er nood aan preventiebeleid dat is aangepast aan verschillende doelgroepen. De meest maatschappelijke kwetsbaren mogen hierbij zeker niet vergeten worden. 

Ten slotte zien we dat zwangerschapsafbreking momenteel nog steeds ingeschreven staat als uitzondering in het strafwetboek. V&M acht echter de tijd rijp om de wet op zwangerschapsafbreking uit het strafwetboek te halen en te plaatsen in een afzonderlijke wet, waarbij nog steeds strafsancties blijven gelden voor een zwangerschapsafbreking die buiten de voorwaarden wordt uitgevoerd.

Gezien het mogelijke stigma tegenover vrouwen, vinden wij het niet langer te rechtvaardigen dat zwangerschapsafbreking in het strafwetboek staat en adviseren daarom om dit onder te brengen in een autonome wet. V&M wenst nogmaals te benadrukken dat zwangerschapsafbreking geen lichtzinnige kwestie is. Bovendien mag zwangerschapsafbreking niet worden gelijkgesteld met een gewone medische handeling. Daarom is het ook niet aan te raden dat deze wet in het patiëntenrechtenwet wordt ingeschreven.

Het wegnemen van abortus uit het strafrecht kadert binnen het groter geheel waarbinnen we vrouwen niet willen stigmatiseren voor het nemen van een beslissing die op zich zelf al moeilijk genoeg is. Door de wet op zwangerschapsafbreking uit de strafwet te halen en in een afzonderlijke wet op te nemen, waarbinnen nog steeds een wettelijk kader geldt, passen we de wetgeving aan in overeenstemming met de huidige tijdsgeest en met de vrouw haar recht op zelfbeschikking. Op deze manier wordt bovendien de link met een misdrijf weggenomen en verkleint mogelijks het schuldgevoel voor vrouwen die een zwangerschapsafbreking overwegen.