Alleenstaande ouders

Alleenstaande ouders zijn een belangrijke en steeds groter wordende groep in onze samenleving. Zo was in 2014 maar liefst 18,2% van alle Vlaamse gezinnen met minstens één inwonend kind onder de 25 jaar een eenoudergezin. Nochtans hebben beleidsmakers niet altijd even veel aandacht voor deze de situatie en uitdagingen van eenoudergezinnen. We zien de alleenstaande ouders enkel opduiken in de armoedecijfers en af en toe als doelgroep in het armoedebeleid. Alleenstaande ouders lopen immers een heel hoog armoederisico: maar liefst 35,7% van hen loopt het risico om in armoede te leven.[1] Dit in vergelijking met ‘slechts’ 14,9% van alle Belgen of bijvoorbeeld 9,3% van de tweeoudergezinnen met 2 kinderen (EU-SILC, 2015).

Alleenstaande ouders zijn echter veel meer dan een armoedestatistiek. Ze zijn een poel van talent die nog veel te weinig wordt aangeboord. Het zijn kansenzoekers die geconfronteerd worden met verschillende moeilijkheden of drempels tegelijk, vaak zelfs drempels die elkaar bovendien versterken. Het is daarom essentieel dat het beleid zich in de eerste plaats een alleenstaandereflex eigen maakt: ze moet bij elke maatregel nagaan of deze alleenstaande ouders niet benadeelt. Zij zijn immers extra kwetsbaar omwille van hun financiële situatie, maar ook omdat ze nieuwe situaties (op bijvoorbeeld de arbeids- of huurmarkt) of meerkosten in hun eentje moeten zien op te vangen. Een alleenstaande ouders is immers de enige kostwinner, verzorger en opvoeder in het gezin.

In de tweede plaats moet er volop worden ingezet op het ondersteunen van eenoudergezinnen en op het bieden van extra kansen aan de ouder en de kinderen. Zo zijn alleenstaande ouders ondervertegenwoordigd op de arbeidsmarkt, zijn ze minder aangesloten bij verenigingen of sportclubs, zijn ze minder betrokken bij (politieke) adviesraden … Een van de sleutels tot het versterken van eenouder gezinnen is door hen financieel weerbaarder en sterker te maken en dit door middel van een job. Werk is voor veel mensen immers de belangrijkste bron van inkomsten. Werk helpt armoede tegen te gaan. Wie werkt, heeft ‘slechts’ 4,6% kans om in armoede te belanden. Iemand zonder werk loopt een armoederisico van 40,5% (EU-SILC, 2015). Het belang van een job overstijgt echter het louter financiële. Werk zorgt ook voor sociale contacten. Het verbindt mensen en het zorgt voor integratie en erkenning in de maatschappij. Werk laat mensen toe hun talenten en competenties te ontwikkelen en deze te tonen. Het (dreigende) sociale isolement en een laag zelfbeeld zijn twee van de grote pijnpunten in het dagelijkse leven van een alleenstaande ouder (Vrouwenraad, 2016). Het hebben van werk zou hen met andere woorden op meerdere vlakken tegelijk vooruit helpen en versterken. Kortom, als het voor één doelgroep essentieel is om werk te maken van een duurzame en goede combinatie arbeid-zorg-gezin, dan is het wel voor de alleenstaande ouders.


Beleidsvoorstellen

Om de financiële draagkracht van eenoudergezinnen te versterken, doet Vrouw & Maatschappij – CD&V politica daarom de volgende beleidsvoorstellen:

  • De overheid moet zich binnen haar hele beleid een alleenstaandereflex aanmeten, in het bijzonder binnen het beleid rond armoedebestrijding;
  • Uitkeringen en toelagen ter ondersteuning van eenoudergezinnen moeten worden aangepast op basis van zowel het inkomen als de samenstelling van het gezin (gezins- en inkomensmodulering). Bovendien moeten deze uitkeringen en toelagen automatische worden toegekend;
  • De werking van de Dienst voor alimentatievorderingen (DAVO) moet worden geoptimaliseerd (zie ons standpunt over DAVO);
  • De pensioensplit moet worden ingevoerd
  • De Vlaamse overheid moet het aantal sociale woningen optrekken en onderzoeken hoe de Vlaamse huursubsidie nog beter kan worden afgestemd op de noden van alleenstaande ouders.


Om de kansen van alleenstaande ouders op de arbeidsmarkt te verhogen en de combinatie van arbeid-zorg-gezin te vergemakkelijken, doet Vrouw & Maatschappij – CD&V politica de volgende beleidsvoorstellen:

  • De overheid moet zich binnen haar hele beleid een alleenstaandereflex aanmeten, in het bijzonder binnen haar gezins- en tewerkstellingsbeleid;
  • Gezinsondersteunende diensten moeten meer aandacht hebben voor de uitdagingen van alleenstaande ouders en moeten flexibeler kunnen zijn in hun dienstverlening;
  • Werkzoekende alleenstaande ouders moeten worden erkend als 7de doelgroep door de VDAB;
  • Kinderopvang moet toegankelijker zijn voor alleenstaande ouders;
  • De federale overheid moet KMO’s ondersteunen bij aanbieden gezinsondersteunende diensten, zodat ook zij aan hun werknemers de nodige steun kunnen bieden bij het combineren van hun job met zorg- en gezinstaken;
  • Het statuut van de gezinsondersteuner moet worden ingevoerd;
  • De thematische verloven en het tijdskrediet moeten toegankelijker en flexibeler worden gemaakt voor alleenstaande ouders.


[1] Het armoederisico wordt berekend op basis van het inkomen. Hierbij wordt met andere woorden geen rekening gehouden met bijvoorbeeld een woning in eigendom. Iemand loopt risico op armoede wanneer zijn of haar inkomen lager is dan 60 % van het nationaal mediaan beschikbaar inkomen op individueel niveau. Voor de 35,7% alleenstaande betekende dit dat zij in 2014 niet beschikten over een inkomen van afgerond € 12.993 netto per jaar of € 1.083 netto per maand (EU-SILC, 2015).


Zie ook

In het nieuws

CD&V-vrouwen lanceren nieuw voorstel rond ouderschapsverlof (14 mei 2017)

In actie

Zij Blij-dag 2017: "Meer kansen voor sterkere eenoudergezinnen" (Zij Blij)