Gender en Asielprocedure

Nog steeds zijn er wereldwijd heel wat mensen op de vlucht vanwege oorlog en geweld in hun thuisland. Velen onder hen zoeken daarbij bescherming in Europa in het algemeen en in België in het bijzonder. Een aanzienlijk deel van deze groep bestaat uit vrouwelijke vluchtelingen. Zij vormen een kwetsbare groep binnen de totale populatie van vluchtelingen. Vrouwelijke asielzoekers hebben vaak minder financiële middelen, minder ervaring met openbare instanties en minder professionele kwalificaties. Bovendien hebben zij specifieke redenen waarom ze hun land ontvlucht zijn. Zo vallen in conflictgebieden vrouwen vaak ten prooi aan gender gerelateerd geweld zoals verkrachting, mensenhandel en gedwongen prostitutie. Ook in landen zonder conflict zijn vrouwen vaak het slachtoffer van grootschalige discriminatie en geweld vanwege hun geslacht. Daarnaast lopen vrouwelijke vluchtelingen ook een groot risico op geweld zowel tijdens hun vlucht als na aankomst in het ontvangstland.

De asielprocedure moet meer rekening houden met de specifieke vluchtredenen van vrouwelijke vluchtelingen en moet haar asielaanvraag onafhankelijk bekeken worden. Maar al te vaak worden asielaanvragen van vrouwen namelijk samen genomen met die van hun echtgenoten. Dit zorgt voor een onvoldoende erkenning en hiermee gaat men voorbij aan het feit dat vrouwelijke vluchtelingen vaker vanwege een minderwaardige positie in hun thuisland ongeletterd en ongeschoold zijn en hierdoor minder vertrouwd zijn met het houden van een gedetailleerd betoog over hun vlucht.

Daarnaast moet ook de integratie procedure meer aandacht hebben voor gendersensitieve maatregelen. Zo ondervinden vrouwen vaak meer moeilijkheden om deel te nemen aan taal of job trainingen, vanwege socio-culturele factoren. Hierdoor verkleint hun onafhankelijkheid en vergroot hun (sociale) isolement. Daarnaast beschikken ze niet meer over dezelfde netwerken als thuis, waar ze vaak op hulp van familieleden en andere leden van de gemeenschap konden rekenen.

Ten slotte moet er ook worden voor gewaakt dat vrouwelijke vluchtelingen niet gezien worden als slechts passieve ontvangers van hulp. In plaats daarvan is het noodzakelijk dat er wordt ingezet op hun empowerment en onafhankelijkheid.

Beleidsvoorstellen

  • De Dienst Vreemdelingenzaken (hierna DVZ) en het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen (hierna CGVS) moeten het vrouwelijke vluchtverhaal nog meer als een volwaardig en onafhankelijk vluchtverhaal erkennen waarbij het niet mag herleid worden tot een toetssteen voor het verhaal van de man
  • Advocaten, sociale werkers en medewerkers van het opvangcentrum moeten nog meer:
    • Aan de vrouwelijke vluchtelingen op een begrijpelijke en duidelijke manier de asielprocedure uitleggen;
    • Advies geven aan vrouwelijke vluchtelingen over welke elementen ze tijdens hun interview met het CGVS zeker moeten vertellen;
    • Benadrukken dat de eigen ervaringen en de eigen vrees van vrouwen zwaarwichtig genoeg zijn om een eigen individueel recht te hebben op bescherming dat onafhankelijk is van dat van hun mannelijk familielid.
  • Het CGVS moet nog meer rekening houden met de culturele achtergrond en gewoontes, het opleidingsniveau, trauma’s, gebrek aan vertrouwen in de overheid en schaamte over bepaalde feiten of gebeurtenissen van de vrouwelijke asielzoeker bij de beoordeling van haar vluchtverhaal.
  • Integratie trajecten moeten worden aangepast zodat ze rekening houden met de specifieke moeilijkheden waarmee vrouwelijke vluchtelingen te maken kregen:
    • Er moet meer rekening worden gehouden met het feit dat de toegang voor vrouwelijke vluchtelingen tot de arbeidsmarkt uitdagender is. Daarbij is het noodzakelijk dat vrouwen nog meer worden aangemoedigd om deel te nemen aan taalcursussen en trainingen die de kans op een job verhogen.
    • De heersende rolpatronen van het land van herkomst, die bovendien vaak in België stand houden, moeten in rekening worden gebracht. Het gevaar dat vrouwen in een geïsoleerde positie daarbij belanden moet worden naderbij bekeken.
    • Er moet proactiever worden ingezet op de empowerment van vrouwelijke vluchtelingen, waarbij ook de mogelijkheid bestaat voor hen om bredere sociale netwerken uit te bouwen.