Mantelzorg

Mantelzorg kan worden gedefinieerd als “de zorg die door een huisgenoot, familielid, kennis of buur wordt gegeven aan een persoon die zorgbehoevend is omwille van ziekte, handicap of ouderdom. Dit gebeurt buiten het kader van een beroep en het georganiseerd vrijwilligerswerk”. Volgens het Vlaamse Woonzorgdecreet is een mantelzorger “de natuurlijke persoon die vanuit een sociale en emotionele band een of meer personen met verminderd zelfzorgvermogen, niet beroepshalve maar meer dan occasioneel, helpt en ondersteunt in het dagelijkse leven”  Vandaag is 9% van de Belgische bevolking mantelzorger. Vrouwen vormen hierbinnen de grootste groep (11% versus 8% van de mannen).Volgens minister Van Deurzen verleent meer dan één op vier Vlamingen zorg of biedt hulp op niet professionele basis. In vele gevallen gaat het om mantelzorg waarbij een naaste de ondersteuning opneemt voor een familielid of kennis met een concrete zorgnood. Het gaat dan bijvoorbeeld om hulp bij het huishouden, emotionele steun, dagtoezicht, persoonsverzorging. Wetenschappelijk onderzoek stelt 3 belangrijke tendensen vast. Ten eerste dat de voorkeur wordt gegeven aan de langdurige thuiszorg boven de institutionele zorgverlening. Ten tweede blijft de zorg die verstrekt wordt door familieleden, vrienden en buren in alle Europese landen een centraal en essentieel onderdeel van het zorgverleningsysteem op de lange termijn. De beschikbaarheid van mantelzorgers kan echter afnemen wegens maatschappelijke veranderingen zoals toenemende arbeidsparticipatie van vrouwen, nieuwe gezinsstructuren en kleiner wordende gezinnen. Ten derde kan informele zorgverlening negatieve gevolgen hebben voor het fysieke en psychologische welzijn van betrokkenen, en hun arbeidsparticipatie beïnvloeden. Een betere ondersteuning van de mantelzorger dringt zich dan ook op.

Cijfers

Uit onderzoeken van de Studiedienst van de Vlaamse Regering blijkt dat 18% van de Vlamingen tussen 18 en 85 jaar regelmatig (wekelijks of dagelijks) mantelzorg verleent. In 2016 waren er 138 901 mantelzorgers geregistreerd in Vlaanderen bij de verschillende zorgkassen. Verschillende bronnen maken echter gewag van 600 000 mantelzorgers in Vlaanderen.

- Volgens een studie van het SVR uit 2015 bleek dat iets meer dan een kwart (26,3%) van de volwassen Vlamingen het afgelopen jaar een ziek, gehandicapt of ouder familielid, vriend, kennis of buur verzorgd of geholpen heeft. Omgerekend gaat het om 1.340.000 informele zorgdragers in Vlaanderen. Een op vijf (19,7%) gaf aan op het moment van de bevraging (nog) zorg of hulp te verlenen.

- Ongeveer 1 op 5 inwonende mantelzorgers heeft nood aan meer professionele thuiszorg.

- In functie van een aantal verschillende scenario’s rond de beschikbaarheid van mantelzorg, de afhankelijkheid en de morbiditeit zouden in de residentiële opvang tussen 27.000 en 45.000 extra bedden moeten gerealiseerd worden tegen 2025. Dat is een jaarlijkse stijging met 1.800 à 3.000 bedden

- Tot op heden is er nog weinig onderzoek gedaan naar de vraag hoe de verlofregelingen de voorziening van informele zorg beïnvloeden. Gegevens uit Belgisch onderzoek wijzen erop dat mantelzorgers weinig gebruik maken van de beschikbare verlofregelingen. Tussen 2007 en 2012 is het aantal personen dat gebruik maakte van het verlof voor medische bijstand gestegen van 5.554 naar 11.443. Hoewel ook andere in België beschikbare verlofregelingen (bijv. tijdskrediet en loopbaanonderbreking) gebruikt kunnen worden voor zorgverlening, kunnen de redenen voor het gebruik niet achterhaald worden uit de gegevens van de gegevensbank van het Nationaal Tewerkstellingsbureau (RVA).

 

Uit een recent onderzoek, in opdracht van minister Vandeurzen, blijkt dat:

  • 67% van de geregistreerde mantelzorgers zich eerder goed voelt bij de mantelzorgsituatie. 42% geeft aan zich belast te voelen.
  • Mantelzorgers hebben minder sociale contacten dan de rest van de bevolking.
  • Bij intensieve mantelzorg en in de oudere leeftijdsgroepen zijn meer vrouwen betrokken. Zou mantelzorg opnieuw opnemen: 93%
  • Vindt het vanzelfsprekend te mantelzorgen: 80%
  • Weet niet waar terecht voor hulp of voorzieningen: 25%
  • Biedt dagelijks zorg en doet vier verschillende zorgtaken: 75%
  • Voelt zich (erg) belast: 40%
  • Geeft aan dat combinatie werk-mantelzorg (zeer) zwaar is: 50%
  • Geeft aan geen betaalde job te hebben omwille van mantelzorg: 20%
  • Beschikt over betaald werk: 44%

Vlaams mantelzorgplan Jo Vandeurzen

Om mantelzorgers beter te ondersteunen, maakte Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, een plan klaar dat zoveel mogelijk aan de noden van de mantelzorger tegemoetkomt. In juli 2016 werd dit plan voorgesteld. De focus van het plan ligt op toegankelijke informatieverstrekking, ondersteuning op maat van de mantelzorger en liggen mee aan de basis van het plan.

Het mantelzorgplan is opgebouwd rond 4 grote thema’s:

  • Maatschappelijke erkenning en waardering van mantelzorgers
  • Ondersteuning op maat
  • Samenwerking tussen informele en professionele zorg
  • Jonge mantelzorg

De belangrijkste actiepunten van het plan zijn de volgende:

  1. Expertisepunt en toegankelijke informatie voor elke mantelzorger

    Het plan vertrekt van een brede definitie van mantelzorg. Goede Informatie bieden betekent maatwerk. Bijzondere aandacht gaat naar kwetsbare groepen zoals de oudere mantelzorger, mantelzorgers met een migratieachtergrond, zorg voor mensen met psychische problemen en mantelzorgers in kansarmoede.

    Met de mantelzorgverenigingen zal werk gemaakt worden van een Vlaams expertisepunt mantelzorg waar alle informatie die mantelzorgers aanbelangt laagdrempelig ontsloten wordt.  In de uitwerking van het geïntegreerd breed onthaal krijgt, samen met de diensten maatschappelijk werk, het OCMW en het CAW, mantelzorg een plaats. Zo wordt in elke gemeente voor een laagdrempelige toegang tot informatie voor elke mantelzorger gezorgd.

  2. Ondersteunen van mantelzorgers

    De diverse groep mantelzorgers vereist een divers pallet aan ondersteuningsmogelijkheden. Zorgbehoevenden kunnen met de zorgverzekering ook hun mantelzorger ondersteunen. Een goed uitgebouwd professioneel zorgaanbod en de aandacht voor buurtgerichte steun moet mantelzorgers de nodige tijd voor zichzelf bieden. Het versterken van mantelzorg houdt ook het versterken van het professionele zorg- en ondersteuningsaanbod in.

  3. Samenwerking met federaal

    Een globale ondersteuning van mantelzorgers vergt een goede samenwerking met de federale overheid. De meerderheid van de mantelzorgers bevindt zich in de beroepsactieve leeftijd. De combinatie werk en gezin moeten mantelzorgers dus eveneens ondersteuning kunnen krijgen. Hiervoor wordt afgestemd met federaal minister van Werk, Kris Peeters. Zo wordt het zorgverlof mee opgenomen in het plan ‘werkbaar en wendbaar werk’ (WWW) (palliatief verlof wordt met een maand verlengd, tot maximum 3 maand, tijdskrediet wordt met 3 maand verlengd) en komt er aandacht voor een mantelzorgvriendelijk personeelsbeleid. De uitwerking van een sociaal statuut van de mantelzorger valt onder de bevoegdheden van federaal minister van Sociale zaken, Maggie De Block (zie boven).

  4. Mantelzorger en professionele zorg

    De relatie tussen de mantelzorgers en de professionele zorg kent een dubbele invalshoek. Enerzijds moet de mantelzorger aanzien worden als een volwaardige zorgpartner in een goed afgestemd zorgplan, anderzijds is het de verwachting dat de professionele zorg oog heeft voor de mogelijke noden en ondersteuning van de mantelzorgers. Daarom wordt ingezet op overleg en sensibilisatie van alle zorgactoren om de mantelzorgers hun plaats te geven.

  5. Specifieke aandacht voor jonge mantelzorgers

    Onder jonge mantelzorgers worden kinderen en jongeren tot 24 jaar verstaan die opgroeien in een gezinssituatie met bijzondere zorgnoden. Samen met de betrokken sectoren wordt gewerkt aan een betere bekendmaking en ondersteuningsmogelijkheden in de context van de jonge mantelzorgers, bijvoorbeeld in het onderwijs, de Huizen van het Kind, jeugdwerk en de jeugdhulp.

Beleidsvoorstellen:

Het plan van minister Vandeurzen vormt een belangrijke stap vooruit in de ondersteuning van de mantelzorger. Toch zijn er een aantal zaken die V&M naar voor schuift, die niet meteen concreet in het plan naar voor komen:

  •  Volgens het plan van Minister Vandeurzen moet ingezet worden op respijtzorg (oppashulp, dagopvang, kortverblijf, gastopvang, gezinszorg, …). Concrete doelstellingen worden echter niet naar voor geschoven. Nochtans vormt een aanbod van tijdelijke alternatieve oplossingen voor de mantelzorger een erg belangrijke ondersteuning. Lokale overheden moeten nog ruimer investeren in verschillende soorten voorzieningen: time-out-voorzieningen, zoals dagverzorgingscentra, centra voor kortverblijf, nacht- en weekendoppas, ambulante nachtdiensten aan huis, personenalarmsystemen…

  • Een inspanning van de gemeentes om de mantelzorgpremie (her)in te voeren en een aanvaardbare uitkering hiervoor te voorzien. Momenteel zijn er grote verschillen tussen gemeentes. Een minimale vergoeding in elke gemeente zou al een eerste erkenning voor de mantelzorger kunnen betekenen.Via de Vlaamse overheid zou de mantelzorgpremie verplicht voor gemeentes kunnen worden gemaakt.

  • Een betere coördinatie van de thuiszorg voor kwetsbare ouderen door de zorgregisseur en de zorgcirkel. Een zorgregisseur analyseert de risico’s en problemen, contacteert andere zorgpartners en volgt de situatie actief op. In een zorgcirkel werken thuiszorgpartners samen om 24u op 24u zorggarantie te bieden aan kwetsbare ouderen.

  • Ook werkgevers moeten meer gesensibiliseerd worden rond mantelzorg en de uitdagingen die hiermee samenhangen. Er is dan ook nood aan een mantelzorgvriendelijk personeelsbeleid. Meer inzetten op flexibele werktijden en mogelijkheden tot deeltijds werk zou in bepaalde situaties soelaas kunnen bieden.

  • Er is nood aan meer aandacht voor vorming en voldoende vrijetijdsbesteding voor mantelzorgers. Ook vanuit de professionele zorg is er nood aan aandacht voor de noden van mantelzorgers.

  • Binnen de groep mantelzorgers is er bovendien nood aan aandacht voor jonge mantelzorgers.

  • V&M streeft bovendien naar de gelijkstelling van de onderbrekingsperiodes waarin er zorg wordt verleend voor de pensioenen.