Pariteit

Pariteit betekent "numeriek gelijke vertegenwoordiging" of een gelijke vertegenwoordiging qua aantal. Als de grootste politieke vrouwenbeweging van het land zijn wij al jaar en dag de pleitbezorger bij uitstek van pariteit binnen de politiek op het vlak van gender. We willen dan vrouwen en mannen gelijk worden vertegenwoordigd en dat ze beide op een gelijke basis en met evenveel macht deelnemen aan het politiek besluitvormingsproces.

Waarom is het nu zo belangrijk om evenveel mannelijke als vrouwelijke ministers te hebben? Een gendergelijke samenleving betekent dat vrouwen en mannen gelijke rechten, verantwoordelijkheden en kansen hebben op sociaal, economisch, cultureel en politiek vlak. Ze kunnen ongeacht hun gender op een gelijkwaardige manier deelnemen aan heel onze samenleving. Dit is niet meer dan het logische gevolg van de fundamentele rechten van de mens en de daarin gewaarborgde (politieke) gelijkheid. Meer nog, zoals de Verklaring van de Vierde VN-Wereldvrouwenconferentie in Peking uit 1995 bevestigde, is de gendergelijke deelname aan het politiek besluitvormingsproces een cruciale voorwaarde voor een gendergelijke samenleving.

Politiek is immers dé sleutel om onze samenleving en het beleid meer gendergelijk te maken en de ongelijkheden die er vandaag bestaan weg te werken. Het is daarbij niet meer dan evident dat vrouwen zelf en gelijkwaardig mee worden betrokken in dit beleid. Zij zijn immers het beste geplaats om de ongelijkheden die op hen betrekking hebben, correct in te schatten en hun belangen en noden in de wegwerking ervan te verdedigen. Het meest gezaghebbende argument voor de gelijke aanwezigheid van vrouwen in de politieke besluitvorming is en blijft echter vooral dat van de democratische legitimiteit. We kennen in België een indirecte democratie, een democratie die met andere woorden gestoeld is op het fundamenteel principe van de representativiteit. Vrouwen maken de helft uit van de bevolking. Het is bijgevolg essentieel voor het democratisch gehalte, de legitimiteit en de geloofwaardigheid van onze politieke instellingen dat zij effectief een correcte weerspiegeling zijn van de bevolking; namelijk dat de helft van de politieke macht in handen is van vrouwen. Indien die gendergelijke representatie er niet is, dan kennen onze politieke organen een uitgesproken democratisch deficit. Als we met andere woorden de mensenrechten, de gelijkheid van man en vrouw, onze representatieve democratie en de legitimiteit van onze politieke instellingen hoog in het vaandel dragen, dan moeten er evenveel mannen als vrouwen deelnemen aan de politieke besluitvormingsprocessen.

 

Het is bovendien meermaals aangetoond dat een gendergelijke vertegenwoordiging in die besluitvorming leidt tot een beter bestuur en een inclusiever beleid. Zo hebben vrouwelijke politici over het algemeen een andere omgangsstijl dan hun mannelijk collega’s. Ze zijn meer geneigd om samen te werken, zowel binnen als over de partijgrenzen heen en om meer mensen te betrekken in hun werkzaamheden. Een vaststelling die al meermaals is gemaakt en verdedigd door zowel mannelijke als vrouwelijke politici en van politici van het lokale tot federale niveau.

Vrouwen brengen naast een andere stijl ook andere thema’s mee naar de politieke arena. Ze zetten andere (voordien minder of anders belichte) onderwerpen op de agenda: geweld op vrouwen, gelijk loon voor gelijk werk, gelijke kansen, gezondheidszorg, welzijn van kinderen en ouderen, huisvesting en milieu. De inbreng van vrouwen op de politieke besluitvorming kan men gerust complementair noemen aan die van mannelijke politici. Het is dan ook in ieders voordeel om evenveel mannen als vrouwen te betrekken bij deze politieke processen. Op deze manier versterkt een gelijke betrokkenheid van vrouwen aan de politieke besluitvorming niet alleen het democratische karakter, er wordt constructiever bestuurd en de punten op de politieke agenda zijn meer in overeenstemming met de noden van de hele bevolking.

BELANGRIJKE VERWEZENLIJKINGEN

1994 - De Wet Smet-TobbackDeze wet, voluit de "Wet van 24 mei 1994 ter bevordering van een evenwichtige verdeling van mannen en vrouwen op de kandidatenlijsten voor de verkiezingen," verplicht politieke partijen om op hun kandidatenlijsten minstens 1/3 kandidaten van het andere geslacht te hebben. Er geldt met andere woorden een verplichting om minstens 33% vrouwen op de lijst te zetten. En dit voor zowel federale, regionale, provinciale, lokale als Europese verkiezingen.

 

2002 - Herziening van de Grondwet: Een nieuw artikel, namelijk artikel 11bis, werd toegevoegd aan de Grondwet en voert de verplichting in dat er voortaan minstens 1 lid van het andere geslacht deel moet uitmaken van alle uitvoerende politieke organen en dit van het niveau van de federale regering tot de colleges van burgemeesters en schepenen. Er moet met andere woorden minstens 1 vrouwelijke minister of schepen zijn.

2002 - Pariteitswetten: In juli 2002 werden er verschillende wetten aangenomen waardoor partijen niet langer slechts 1/3, maar 1/2 van de plaatsen op de kandidatenlijsten moeten vullen met kandidaten van het andere geslacht. De lijsten moeten voortaan even veel vrouwen als mannen tellen. Indien er toch een verschil is (bijvoorbeeld bij een oneven aantal plaatsen) dan mag het verschil tussen het aantal kandidaten van beide geslachten niet groter zijn dan 1. Bovendien moeten de eerste twee kandidaten op de lijst voortaan ook van een verschillend geslacht zijn. Voor de twee eerste plaatsen moeten mannen en vrouwen namelijk "risten". Ze moeten elkaar afwisselen.


BELEIDSVOORSTELLEN

Vrouw & Maatschappij ijvert voor:
  1. Het toepassen van het ritssysteem op alle en de volledige kandidatenlijsten
  2. Een grondwettelijke verankering van de genderparitaire samenstelling van alle regeringen
  3. Verplichting voor alle uitvoerende politieke organen (met uitzondering van de regeringen) van minstens 1/3 leden van het andere geslacht