Partnergeweld

Vrouw & Maatschappij pleit voor een integrale en holistische aanpak van partnergeweld, waarbij preventie, hulpverlening, politie en justitie op elkaar zijn afgestemd. We pleiten ervoor om van de bestrijding van geweld tegen vrouwen en de bestrijding van partnergeweld een nationale prioriteit te maken, met een gezamenlijke, gecoördineerde aanpak over de verschillende beleidsniveaus heen.

Daarom pleiten we voor verschillende beleidsmaatregelen: 

1. Nieuwe Strafwetboek
In het nieuwe ontwerp van het Strafwetboek wordt de term ‘intrafamiliale doodslag’ voorzien, naar analogie met de specifieke incriminatie van kindermoord en oudermoord: “de doodslag gepleegd op een partner of een bloedverwant in de rechte opgaande of neerdalende lijn wordt bestraft met een straf van niveau 8”. Daarbij wordt ‘partner’ ook gedefinieerd als “de persoon waarmee de dader is gehuwd of een duurzame affectieve en seksuele relatie heeft, alsook de persoon waarmee de dader gehuwd is geweest of een duurzame affectieve en seksuele relatie heeft gehad indien de strafbare feiten verband houden met dit ontbonden huwelijk of de beëindigde relatie”. We juichen de opname van deze genderneutrale herformulering van partnergeweld toe en hopen dan ook dat het nieuwe Strafwetboek er zo snel mogelijk komt. 

2. Risicotaxatie
We pleiten voor een gecoördineerd risicotaxatiebeleid met de uniforme toepassing van de tool die voorhanden is voor alle professionals uit de sectoren politie, justitie en hulpverlening. Hierdoor kan de politie bij een interventie het gevaar inschatten voor nieuwe en/of ernstigere feiten van geweld en kan het parket daar desgevallend op ageren. 

3. Tijdelijk huisverbod

We pleiten voor meer bekendmaking onder parketmagistraten en een bredere toepassing van het systeem van tijdelijk huisverbod. Er is nood aan een voortdurende sensibilisering rond de wet: ze moet veel meer en verplicht gepromoot worden in de (na)vorming van magistraten. Zo niet passen enkel de overtuigde magistraten ze toe. De opvolging en controle van de maatregel is ook van belang. 

4. Stalkingsalarm
Indien de doeltreffende werking van dit alarm kan worden aangetoond in Gent, pleiten we voor een nationale uitrol van deze good practice. Daarbij moet echter rekening gehouden worden dat Gent een grootstedelijk gebied is met voldoende patrouilles en interventiediensten. Als het pilootproject wordt uitgerold in grotere geografische of rurale gebieden, moet er rekening gehouden worden met de eventuele langere aanrijtijden; extra middelen zullen zeker noodzakelijk zijn bij schaalvergroting van het systeem. Daarnaast moet bij de nationale uitrol de informatie-uitwisseling tussen de verschillende politiezones een belangrijk aandachtspunt zijn. 

5. Daderhulpverlening
We pleiten voor de verplichte begeleiding en behandeling van daders door gespecialiseerde dadertherapeuten, die kennis van zaken hebben rond deze complexe thematiek. Deze dadertherapie moet ook opgenomen worden in de nieuwe strategie voor hulp- en dienstverlening aan gedetineerden, zodanig dat goede daderhulpverlening al kan worden opgestart van in de gevangenis. Op basis van de risicotaxatie moet er ook voor gezorgd worden dat de dader na het uitzitten van de gevangenisstraf deze hulpverlening kan verderzetten. 

6. Hulplijn 1712
We moeten verder blijven inzetten op het bekendmaken van de hulplijn 1712, alsook op het feit dat als men acuut geweld ondervindt, er steeds contact moet worden opgenomen met de politie (en niet 1712). Daarnaast zou het goed zijn indien de media, net zoals voor de zelfmoordlijn 1813, ook voor situaties van geweld telkens melding maken van de hulplijn 1712 bij programma’s of artikels waar dit aan bod komt. Zo vergroot de bekendheid van de hulplijn en verlaagt de drempel. Daarenboven is een blijvende opleiding en vorming rond intrafamiliaal geweld van de hulpverleners die de hulplijn bemannen is daarbij ook essentieel voor de kwaliteit van de hulpverlening. 

7. Family Justice Center 
Aangezien de werking van de FJC’s momenteel nog niet gebiedsdekkend is, pleiten we voor een verdere uitrol van deze good practice naar andere provincies. Een FJC in elke provincie zou kunnen zorgen voor een centraal aangestuurde aanpak met maximale inzet van de bestaande instrumenten in elk gebied. 

8. Gegevensverzameling van en maatschappelijk onderzoek naar partnergeweld
Statistieken van partnergeweld, zowel bij de politiediensten als bij de correctionele parketten, schieten te kort in kwaliteit van de registratie, in volledigheid en in stroomlijning van de diverse registratiecategorieën. Ook ontbreken gendergegevens over de slachtoffers, alsook andere gegevens over de aard van het geweld (gezinssituatie, type geweld, duur, intensiteit, …) in de statistieken.
Er moet meer informatie voorhanden zijn over de manier waarop meldingen van partnergeweld worden afgehandeld en het effect van bepaalde interventies. (Ex-)partnermoord moet daarbij ook een unieke registratie krijgen in de misdaadcijfers. 
Daarnaast werken we momenteel met verouderde wetenschappelijke studies, met partiële cijfers en gedateerde informatie. Meer recent onderzoek naar de slachtoffers en daders van partnergeweld en naar het voorkomen, de vormen en de ernst van de problematiek is nodig om het probleem bij de wortels aan te kunnen pakken. 

9. Nationaal Actieplan ter bestrijding van alle vormen van gendergerelateerd geweld 2020-2024
We pleiten voor een zo snel mogelijke goedkeuring van het actieplan, zodat de acties snel kunnen worden geïmplementeerd en opgevolgd. Daarnaast moet het Vlaams actieplan ter bestrijding van seksueel geweld kaderen binnen dit nationaal actieplan en moet het voldoende aandacht hebben voor preventie, sensibilisering, opvolging van daders en begeleiding van slachtoffers van partnergeweld.