Zelfstandigen en vrouwelijk ondernemerschap

ZELFSTANDIGEN EN VROUWELIJK ONDERNEMERSCHAP

INLEIDING

Het aantal vrouwelijke zelfstandigen neemt jaar na jaar toe. Zo blijkt uit onderzoek dat tussen 2009 en 2014 het aantal vrouwelijke zelfstandigen met 11% is gestegen. Deze stijging is echter grotendeels te danken aan een grote toename van vrouwelijke zelfstandigen in bijberoep, vrouwen die met andere woorden een job als werknemer of als ambtenaar combineren met hun zelfstandige activiteit. Het aantal vrouwen dat voltijds werkzaam is als zelfstandige, is tussen 2009 en 2014 slechts gestegen met 3% (NSZ, 2015). Bovendien is er gedurende die vijf jaar nauwelijks wat veranderd in de verhouding tussen het aantal mannelijke en vrouwelijke ondernemers. Zo is slechts 33% van alle Belgische zelfstandigen een vrouw. Daarmee zit België onder het Europese gemiddelde van 34,4% (Europese Commissie, 2016). Bovendien zien we dat startende vrouwelijke zelfstandigen het nog steeds moeilijker hebben dan hun mannelijke collega’s. Zo moeten zij vaker dan mannen vijf jaar na het opstarten van hun zaak het ondernemerschap alweer voor bekeken houden (Griet Smaers, 2015). Het is daarom essentieel om een goed en omvattend beleid te voeren dat erop gericht is om vrouwelijke zelfstandigen te ondersteunen zodat zij hun zelfstandige activiteit langer kunnen volhouden en waardoor nog meer vrouwen de stap zetten naar het (voltijds) ondernemerschap.

WAAROM INZETTEN OP VROUWELIJKE ONDERNEMERS?

Onderzoek heeft herhaaldelijk aangetoond dat de volledige economie gebaat is bij een toename van het aantal vrouwelijke zelfstandigen (Minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Maatschappelijke Integratie, 2016). Ondernemerschap in het algemeen is een sterke motor voor economische groei en voor het creëren van jobs. Bovendien zorgt ondernemerschap ervoor dat economieën competitiever en innovatiever worden. Dus louter en alleen omwille van deze voordelen is het aanboren van het nog onvoldoende benut ondernemend potentieel van vrouwen een winst voor de Belgische economie. Wat vrouwelijke ondernemers daarenboven nog eens positief onderscheidt is dat zij een genuanceerdere kijk hebben op het nemen van economische risico’s en dat zij vaker dan mannen de ambitie hebben om een meervoudige ondernemer te worden. Bovendien zorgen vrouwen in leidinggevende posities in bedrijven voor een hogere omzet en voor hogere uitbetalingen. Verder is er steeds meer bewijs dat vrouwelijke ondernemers nog meer geneigd zijn dan hun mannelijk collega’s om hun opbrengsten opnieuw te investeren in onderwijs, in hun familie en bij uitbreiding in de ruimere gemeenschap (Kauffman Foundation, 2015).

Afgezien van de bewezen economische en maatschappelijk winst, is het ondersteunen van vrouwelijke ondernemers ook gewoon een must op het vlak van gendergelijkheid. Als we een gendergelijke samenleving willen, dan moet deze gelijkheid op alle vlakken en binnen alle domeinen van onze samenleving worden gerealiseerd. Dus ook in de ondernemerswereld. Economische en sociale gelijkheid kan immers niet worden bereikt zonder de actieve deelname van vrouwen in alle aspecten van het economische leven.

WAT ZIJN DE MOEILIJKHEDEN?

Uit onderzoek blijkt dat vrouwelijke ondernemers drie grote moeilijkheden kennen:
- de combinatie van de zelfstandige activiteit met gezin- en zorgtaken;
- een moeilijkere toegang tot financiering dan mannelijke ondernemers;
- onvoldoende opleiding en toegang tot de nodige informatie.

COMBINATIE ONDERNEMEN EN GEZIN
Uit onderzoek van UNIZO (UNIZO, 2015) blijkt dat meer dan de helft van de zelfstandigen meer dan 50 uur werkt per week. Bijna een kwart is per week tussen 60 tot 70 uur actief bezig. Minder of deeltijds werken is voor hen (en dan vooral voor het welzijn van de zaak) vaak geen optie. Bovendien blijkt dat, net zoals bij de meeste Belgische gezinnen, ook binnen de “zelfstandige gezinnen” de rollenpatronen nog sterk aanwezig zijn. Zo geeft iets minder dan de helft van de zelfstandige vrouwen aan dat hun partner bijna geen huishoudelijke taken op zich neemt. Bij de mannelijke zelfstandigen geeft de meerderheid aan dat de partner bijna het volledige huishouden op zich neemt. Kortom, het is belangrijk voor alle ondernemers, maar in het bijzonder voor vrouwelijke zelfstandigen, om volop in te zetten op het verbeteren van de combinatie ondernemen en gezin.

MOEILIJKE TOEGANG TOT FINANCIERING
Vrouwelijke ondernemers hebben het vaak moeilijker dan hun mannelijke collega’s bij hun zoektocht naar de nodige financiering. Uit onderzoek blijkt dat vrouwen hun onderneming starten met bijna de helft minder kapitaal dan mannen. Vrouwen maken ook voor een derde minder kans dan mannen om het nodige kapitaal te verzamelen voor hun bedrijf uit investeringen door particuliere investeerders, zogenaamde informal of angel investors, of uit risicokapitaal – venture capital (Kauffman Foundation, 2015). Bovendien gaan vrouwelijke ondernemers minder vaak een lening aan en dit zowel bij het opstarten van hun onderneming als bij latere financiering (Impulse Brussels, 2013). Zij beroepen zich in eerste instantie op hun familie. De dossiers waarmee ze dan toch naar de bank trekken worden vaak voorzichtiger gepresenteerd en bevatten minder ambitieuze doelstellingen voor economische ontwikkeling en groei dan de dossier van hun mannelijke collega’s (Minister van Middenstand, Zelfstandigen, KMO's, Landbouw en Maatschappelijke Integratie, 2016). Bovendien hebben vrouwen het vaak moeilijker om voldoende kredietverleden te kunnen voorleggen, met een hogere persoonlijk inbreng of een hogere intrestvoet tot gevolg (FEMM, 2015).

OPLEIDING EN INFORMATIE
Vrouwelijke zelfstandigen in België behoren tot de hoogst opgeleiden van alle OESO-landen en zijn ook aanzienlijk hoger opgeleid dan Belgische mannen met een eigen bedrijf (OESO, 2012). Zo heeft 77% van de Belgische vrouwelijke zelfstandigen een diploma hoger onderwijs in vergelijking met “slechts” 66% van de mannen (Impulse Brussels, 2013). Nochtans denken vrouwen veel minder vaak over de nodige capaciteiten en kennis te beschikken om een onderneming te starten dan mannen: 28% tegenover 46%. Bovendien zijn vrouwelijke ondernemers zelf vragende partij voor een betere toegang tot bijstand en informatie bij het opstarten van hun onderneming (Impulse Brussels, 2015).

STANDPUNT V&M

V&M bepleit een omvattend beleid dat erop gericht is om vrouwelijke zelfstandigen te ondersteunen en waardoor nog meer vrouwen de stap zetten naar het (voltijds) ondernemerschap. Dit beleid moet de drie grote moeilijkheden waar vrouwelijke ondernemers vandaag mee kampen, grondig aanpakken: de combinatie ondernemen en gezin, de toegang tot financiering en opleiding. 

Om de combinatie tussen ondernemen en gezin voor vrouwen werkbaarder te maken, moet er in de eerste plaats worden gekeken naar het sociaal statuut van de zelfstandige. Binnen dit sociaal statuut pleit V&M voor een uitbreiding van het moederschapsverlof tot 15 weken (zoals bij werknemers) met de mogelijkheid om het halftijds op te nemen en met een automatische vrijstelling van betaling van sociale bijdragen met behoud van rechten in het kwartaal waarin het moederschapsverlof wordt opgenomen en voor de bijna automatische toekenning van moederschapshulp. Ook steunen we het wetsvoorstel van Griet Smaers en Leen Dierckx dat werk maakt van het statuut van de gezinsondersteuner. Verder pleiten we voor een facultatief vaderschapsverlof voor mannelijke zelfstandigen van 10 dagen en voor meer en betaalbare kinderopvang die aangepast is aan de moeilijkere uren van zelfstandigen. Deze maatregelen zullen kersverse moeders en vrouwen met jonge kinderen helpen om hun gezin en hun onderneming op een betere manier met elkaar te combineren. Zelfstandigen hebben recht op “Moederschapshulp”. Dit is een sociale uitkering die bestaat uit 105 gratis dienstencheques, goed voor 945 euro. Het sociaal verzekeringsfonds waarbij de vrouw is aangesloten, neemt de kosten op zich. Vandaag is deze procedure voor gratis dienstencheques behoorlijk complex  en neemt veel tijd in beslag. Vandaag vraagt ongeveer één op drie zelfstandige moeders geen moederschapshulp aan. Slechts een kleine minderheid zou bewust geen beroep willen doen op de moederschapshulp. Door de toekenning bijna automatisch te maken, waarbij zelfstandige moeders louter moeten aangeven of ze de moederschapshulp willen, zouden veel meer moeders dienstencheques kunnen ontvangen.

Qua financiering pleiten we enerzijds voor een sensibiliseringscampange gericht op onder meer de banken en andere investeerders. Zij moeten worden gesensibiliseerd voor de (te) voorzichtige manier waarop vrouwelijke zelfstandigen hun financieringsdossier voorleggen. Het voorzichtige karakter van een dossier zou het potentieel van dit dossier of de aandacht van de tussenpersonen voor het gepresenteerde project niet mogen beïnvloeden. Anderzijds willen dat vrouwelijke ondernemers sneller en makkelijk hun weg vinden naar microkredieten: kleine bedragen die kunnen worden geleend met een lange terugbetalingstermijn en tegen lage voorwaarden. Op deze manier kunnen vrouwen op een laagdrempelige en minder risicovolle manier de nodige financiering vergaren. Vlaanderen kent vandaag onder andere het initiatief “microStart” dat gesteund wordt door het microfinancieringsprogramma van de EU “Progress Microfinance” (VLAIO, 2016). Er zouden nog meer van dergelijke initiatieven moeten volgen. Bovendien moeten deze microfinancieringsinitiatieven voldoende bekendheid en zichtbaarheid krijgen.

Om het zelfvertrouwen van vrouwelijke ondernemers op te krikken en om meer vrouwen aan te trekken tot het ondernemerschap, moet er ook meer ingezet worden op opleidingen en begeleiding. Er moet een mentaliteitswijziging komen met betrekking tot het ondernemerschap en dat het vooral een mannelijke aangelegenheid zou zijn. Daarom is het essentieel dat er al op de schoolbanken werk wordt gemaakt van deze wijziging. Daarnaast moeten (toekomstige) vrouwelijke ondernemers aangemoedigd worden om opleidingen te volgen over verschillende aspecten van het oprichten, het beheren en het overdragen van ondernemingen. Ook is het de taak van de overheid om al de nodige informatie over het ondernemerschap en het ondersteunend beleid voor vrouwelijke ondernemers genomen voldoende te verspreiden en beschikbaar te maken.