Geweld tegen vrouwelijke vluchtelingen

De vluchtelingencrisis vormt nog steeds een belangrijke uitdaging voor onze huidige maatschappij. Vanwege oorlog en geweld ontvluchten zowel individuen als families hun thuisland en zoeken ze bescherming in Europa. Zo waren er volgens het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties aan het einde van 2016 wereldwijd 65,6 miljoen mensen op de vlucht. Dit aantal vormt een absoluut record en houdt bovendien een stijging in van 300 000 extra vluchtelingen in vergelijking met het voorafgaande jaar.[1]

Vrouwelijke vluchtelingen vormen een bijzonder kwetsbare groep binnen deze complexe en heterogene groep. Zij zijn niet alleen kwetsbaar onderweg, maar ook bij aankomst in het land dat hun opvangt. Zo worden velen onder hen reeds slachtoffer van oplichting, onmenselijke praktijken en geweld in plaatselijke vluchtelingekampen of tijdens hun tocht naar het Europese vasteland. Bovendien lopen vrouwelijke vluchtelingen ook risico op geweld in de ontvangende samenleving. Zo zijn meisjes en vrouwen het slachtoffer van bijna 70% van alle geweldsdaden die plaatsvinden in de opvangcentra.

Vrouw & Maatschappij pleit daarom voor een verhoogde sensibilisering op vlak van geweld tegen vrouwelijke vluchtelingen, zowel tijdens hun vlucht als na aankomst in België. Bovendien benadrukt V&M ook het belang van gendergevoelige infrastructuur, de sensibilisering van hulpverleners, psychologische opvang en empowerment van vrouwen in opvangcentra.

Ook in België zien we dat vrouwen in opvangcentra in grote mate geconfronteerd worden met geweld: ofwel zelf als slachtoffer ofwel tegen een zogenoemde ‘close peer’. De meest voorkomende vorm van geweld is emotioneel-psychologisch geweld. Op de tweede plaats staat seksueel geweld. Een derde van de daders heeft dezelfde origine als het slachtoffer, maar evenveel daders zijn autochtone Belgen of Nederlanders. Uit onderzoek van het International Centre for Reproductive Health van de Universiteit Gent, blijkt bovendien dat sommige daders zelfs professioneel betrokken zijn bij de opvang. Het is dan ook nodig om deze kwetsbare groep van vrouwen te helpen en acties te ondernemen tegen dergelijk geweld waarmee zij bijna dagelijks worden geconfronteerd.

Er zijn een aantal elementen die het veiligheidsgevoel van vrouwen en de prevalentie van geweld binnen opvangcentra kunnen verbeteren. Ten eerste blijkt uit studies blijkt dat de infrastructuur in grote mate het onveiligheidsgevoel van vrouwen in asielcentra bepaalt. Daarom is het van groot belang dat er aandacht wordt gegeven aan de genderspecifieke gevoeligheden met betrekking tot infrastructuur. Uit onderzoek door V&M uit 2015 bleek echter dat sommige instanties in België die in opvang voorzien, te kennen gaven dat gendervriendelijke infrastructuur geen prioriteit is binnen de opvang.

Naast het inzetten op gendergevoelige infrastructuur is ook geweldpreventie binnen opvangcentra van groot belang. Hierbij is de sensibilisatie van de medewerkers van groot belang. Een compleet preventiebeleid, dat bovendien wordt meegedeeld aan alle bewoners, is dan ook noodzakelijk. Ook een onafhankelijke klachtenregeling binnen de opvangcentra is onmisbaar.

Bovendien is er ook nood aan psychologische opvang binnen de centra. Het is van groot belang dat (vrouwelijke) vluchtelingen reeds psychologische bijstand verkrijgen in een opvangcentra en niet hoeven te wachten vooraleer ze elders terecht kunnen. Daarbij is het ook belangrijk dat er gebruik wordt gemaakt van vrouwelijke hulpverleners.

Ten slotte is er ook nood aan een vrouwenwerking binnen opvang centra, waarbij er wordt ingezet op de empowerment van vrouwen. Dit soort werking zet in op het empoweren van de vrouwelijke asielzoekers. Een dergelijke werking zit in op groepsactiviteiten voor vrouwen alleen en het uitbouwen van een sociaal netwerk.

Beleidsvoorstellen

  • Uitgebreid onderzoek naar geweld tegen vluchtelingen in de opvangcentra, zowel in België als in een internationale context, is nodig. De huidige situatie moet nauwkeurig en gendergevoelig worden vastgelegd, teneinde een efficiënt beleid te kunnen ontwikkelen.

  • In de opvangcentra moet er blijvend werk gemaakt worden van een gendervriendelijke infrastructuur en is er nood aan een concreet beleid met betrekking tot preventie en bestrijding van geweld tegen vrouwelijke bewoners. Hierbij moeten zowel de medewerkers als vrijwilligers opgeleid worden over het voorkomen en de aard van geweld, hoe probleemsituaties te detecteren zijn en hoe slachtoffers geholpen dienen te worden. Daarbij is er ook nood aan een draaiboek rond geweld tegen vrouwelijke bewoners. Bovendien moeten huishoudelijke reglementen expliciet melding maken van seksueel en huiselijk geweld. Daarnaast is er ook nood aan de sensibilisatie van bewoners met betrekking tot gelijkheid, seksualiteit en seksueel geweld.
  • Tevens is er nood aan een onafhankelijke klachtenprocedure, die los staat van het centrum en de medewerkers, waarbij zowel de registratie van de klacht als de behandeling ervan in handen is van een aan het opvangcentrum externe instantie.
  • Ten slotte moet ook de psychologische opvang voor asielzoekers worden uitgebreid en is er nood aan specifieke groepsactiviteiten voor alleen vrouwen. Ook moet er verder worden ingezet op het bestrijden van het isolement van vrouwelijke asielzoekers door middel van praatgroepen en aparte ontspanningsruimtes



[1] http://www.unhcr.org/5943e8a34.pdf