Relatievermogensrecht

In België kan een koppel hun relatie op drie manieren juridisch regelen. Het Belgische recht erkent namelijk drie vormen van partnerrelaties: het huwelijk, de wettelijke samenwoning en de feitelijke samenwoning. Deze drie vormen zijn onderling sterk verschillend en brengen binnen verschillende rechtsdomeinen zeer uitlopende gevolgen met zich mee. Het grootste verschil manifesteert zich echter op het vermogensrechtelijk vlak.

Over de drie samenlevingsvormen heen spreekt men over relatievermogensrecht: het vermogensrecht van de drie verschillende juridische vormen van partnerrelaties. De meeste mensen hebben wel op een of andere manier al eens gehoord van de term “huwelijksvermogensrecht”. Ook de wettelijke en de feitelijke samenwoning hebben echter vermogensrechtelijke implicaties, zowel tijdens de samenwoning als bij de ontbinding ervan. Het recht dat deze verhoudingen beheerst tussen de samenwonende partners onderling en derden, wordt “samenwoningsvermogensrecht” genoemd.

WAT IS VERMOGENSRECHT?

Vermogensrecht is een onderdeel van het Burgerlijk Recht en is niets minder dan al het recht dat betrekking heeft op vermogen. Het vermogen kan men heel simpel definiëren als alles wat een rechtssubject bezit, alle rechten met uitzondering van de persoons- en persoonlijkheidsrechten (bijvoorbeeld: naam, nationaliteit, geslacht, eerbied voor het lichaam, eerbiediging van het privéleven…). Het gaat met andere woorden om alle rechten (zowel activa als passiva) die men op een of andere manier in geld kan uitdrukken en die men zou kunnen verhandelen.

Het huwelijks- of ruimer het relatievermogensrecht omvat bijgevolg alle rechtsregels die de gevolgen bepalen die een huwelijk, een wettelijke of een feitelijke samenwoning heeft op iemands vermogen, zowel tijdens de relatie als bij de ontbinding ervan. Wanneer partners samen hun leven uitbouwen dan doen zij dit niet alleen door het delen van lief en leed, maar uiteraard ook door het delen van bezittingen, aanwinsten en uitgaven. Het relatievermogensrecht bepaalt met andere woorden wie wat toebehoort, maar ook hoe de solidariteit tussen de partners wordt geregeld. De wet voorziet namelijk in solidariteitsmechanismen die de duurzaamheid van de affectieve relatie vertalen naar een duurzame gezamenlijke vermogensopbouw. Het is het juridisch statuut van de relatie (en een eventueel samenwonings- of huwelijkscontract) dat bepaalt welke solidariteitsmechanismen er spelen en op welke manier. Aldus wil de staat de partners tegen elkaar beschermen, tegen de (aan)verwanten van de partner en tegen derden die met de partner zouden handelen.

Beleidsvoorstellen

V&M vindt deze situatie waarbij (steeds meer) vrouwen de onevenredige financiële gevolgen dragen van de keuzes die gemaakt zijn binnen een relatie gevaarlijk. De kwetsbaarheid van vrouwen als financieel zwakkere partner moet daarom ten gronde worden aangepakt. Dit kan echter niet alleen binnen het relatievermogensrecht worden opgelost. Het spreekt voor zich dat ook een doeltreffend beleid moet worden gevoerd met het oog op het verbeteren van de combinatie arbeid, zorg en gezin voor zowel vrouwen als mannen en dat de strijd tegen hardnekkige gendergerelateerde rollenpatronen moet worden opgevoerd. Binnen het relatievermogensrechtelijke luik pleit V&M voor het versterken van de solidariteit binnen alle juridische partnerrelaties en voor een sensibilisering over de verschillende partnerrelaties en hun vermogensrechtelijke gevolgen.